Vier dagen Berlijn

Het was me wat, mijn ‘break’ in Berlijn. Het begon allemaal woensdagochtend, toen ik vanuit Hoofddorp naar Schiphol vertrok. Na netjes op tijd te zijn gekomen, ingecheckt en wel, zelfs de beveiliging gepasseerd tot aan de gate toe, werd ik geweigerd voor het vliegtuig. Ik had een verkeerd kaartje, voor 2 maart. Hoe dom!?! Ik natuurlijk helemaal in shock, wat moet ik doen? Druk bellend ben ik toen tot de conclusie gekomen dat er maar een oplossing was: een drie keer zo duur kaartje voor de avondvlucht naar Berlijn Schönnefeld kopen. Zo gezegd, zo gedaan. Natuurlijk ging ik tussendoor weer terug naar het huis van mijn tante en oom in Hoofddorp. Daar proberen bij te slapen en nog wat gecomputerd.

Gelukkig ging de tijd redelijk snel, maar het dagprogramma van Berlijn was verpest. Na een probleemloze vlucht ben ik aangekomen op het meest zuidelijke vliegveld van Berlijn. Berlijn had er drie: Tempelhoff, Tegel en Schönnefeld. Daar zijn er nog maar twee van over, en wellicht over een tijdje nog maar een. Want Tempelhoff is gesloten wegens teveel lawaai en om er een recreatiegebied van te maken, wat overigens goed gelukt is zo kan ik je vertellen uit ervaring van mijn eerste ontmoeting met Berlijn. Vliegveld tegel dat noordwestelijk ligt wordt binnenkort mogelijk gesloten om de zelfde reden als Tempelhoff. Het laatste vliegveld moet na de verbouwingen de vorige twee vervangen. Dat het op de meest onhandige locatie van alle drie zit doet er bij de Berlijnse regering niet toe. René kwam me met de auto ophalen bij het vliegveld. Na een tankstop reden we door naar de wijk waar René zijn auto altijd neer zet omdat dat in zijn eigen wijk minder makkelijk gaat. Er zijn in Berlijn namelijk allerlei regels voor verschillende auto’s van verschillend pluimage en vervuiling die op verschillende gebieden niet of juist wel mogen komen. Vanuit daar hebben we de tram naar zijn huis genomen. De tas werd neergezet en de deur weer achter ons dichtgetrokken want we gingen eten bij een Vietnamees restaurant. Noodles met pompoen, tomaat, paprika en tofu stond voor mij op het menu met een dranje bestaand uit druivensuiker, citroensap en basilicum. Heerlijk! Vervolgens zijn we ’s avonds naar een Jazzclub gegaan waar echt enorme talenten stonden. Het grappige was dat iedereen gewoon zomaar mee kon doen aan het muziek maken. Een knarse oude man bespeelde een trompet en een jonge man ging los op zijn gitaar. Maar de verassing van de avond was een ietwat vreemd aandoende jongeman die het drumstel deed vervagen met zijn tapdansing. Wat een talent! Natuurlijk heb ik een stukje opgenomen met mijn mobiele telefoon.

 

Op de 2e dag stond, na een heerlijk vegetarisch ontbijt, een ontmoeting met de clubgenoten van René ’s spelletjesclub op het programma. Meer dan vier uur lang hebben we alleen maar spelletjes gespeeld met andere Duitse mensen. Erg grappig was het om te zien dat er mensen echt zo gefixeerd kunnen zijn op een manier van vermaak. Ik heb daar zeker iets van opgestoken. René moest Wim (een vriend van René) gaan helpen met zijn kelder. Hij was zijn sleutel kwijt en kon de deur, waar ook het wasrek staat, niet meer openen. René was de beroerdste niet en nam een pas op de markt gekochte nog geheel werkende slijptol mee. Daarna namen we Wim mee naar een restaurant waar er door een singer/songwriter werd opgetreden. We aten daar gekookte eieren en aardappels in een mosterdsaus. Erg lekker! En natuurlijk achteraf nog een ijsje. We sloten het geheel af met een drankje bij Wim thuis, waar de honden van beide heren (Gina en Dinkie) wachtten.

 

De derde dag kenmerkte zich door een heerlijke start met een ontbijt in Gorki, een cafeetje midden in Berlijn waar een fantastische ontbijtje voor ons werd klaar gemaakt. Kleine pannenkoekjes, afgewisseld met scrambled egg en flensjes die gevuld waren met spinazie en kruidenroomkaas. Ook een aantal stukken fruit en brood sierden het bord, en onder het genot van een kopje verse koffie ging het gemakkelijk op. Vervolgens fietsten we naar een uitzichtpunt waarvan Hitler vroeger een afweergeschutsplaats van had gemaakt. De heuvel bestaat vrijwel volledig uit het puin van de eerste wereldoorlog. Om het thema oorlog hoog te houden vervolgden we onze trip door mee te gaan met de onderwereldtour. Door middel van gidsen werden we door een gangenstelsel onder de Berlijnse straten gebracht. Atoombunkers, daar ging het om. Maar slim waren de Duitsers niet bepaald. Je kon er hoogstens twee weken n verblijven na een aanval. De bunkers werden voornamelijk gebouwd na de dreiging van de koude oorlog. Na een glas Sprite aan het meer, hebben we even de tijd genomen om bij te komen. In de avond gingen we naar een opening van een galerie waarvan het werk gek genoeg niet te koop stond. Bijzondere doeken en een bijzondere lamp waren het werk van een aantal verschillende kunstenaars die exposeerden in een enorm groot pand. Op een gegeven moment dachten we een Paul van Vliet te herkennen in een van de foto’s die we zagen hangen, dit bleek hem echter niet te zijn. Al twijfel ik nog een beetje. Omdat de rondgang door het gebouw ook weer niet enorm lang duurde besloten we nog wat te gaan drinken en namen we na het drankje afscheid van Gerald, de kunstenaar en een vriend van René, waarmee we hadden afgesproken om de galerie te bekijken. Met Wim gingen we verder en kwamen we nog bij een andere opening, hier alleen sombere schilderijen, dat is niet ons ding en daarom waren we daar al snel niet meer te vinden. Na wat denkwerk besloten we om naar een bandjesavond te gaan. Eenmaal aangekomen op de bestemming bleek er ook een cradle to cradle expositie te zijn. En Nederland stond daarin centraal als een van de meest cradle to cradle-achtige landen. Voor die nu geen idee heeft wat cradle tot cradle is, een korte uitleg: je spullen zo produceren en verwerken dat het CO2neutraal is. Maar er was niet alleen een expositie, ook een modeshow. En waar normaal alleen grote gasten aanwezig mochten zijn, werden wij als Nederlanders natuurlijk ook uitgenodigd. Kortom, het feest was compleet. We konden kijken naar kleding die gemaakt was op een CO2neutrale manier, prachtig vormgegeven, niet van ‘slechte’ kleding te onderscheiden. Aan het einde kregen we nog een uitleg van de professor die cradle tot cradle opgezet heeft in Duitsland en dat nu groot probeert te maken.

 

Tot slot de vierde dag, waarop ik rond twee uur alweer met de trein terug naar Nederland zou ging. Natuurlijk hebben we weer ergens lekker ontbeten, dit maal een goed omelet met tomaatjes, paprika en ui, vergezeld door Chai Latte (Indiase thee met melk) en achteraf nog een rabarberdrankje. Dit goede ontbijt werd opgevolgd door een bezoekje aan het Televisie en Filmmuseum in het Sony Center. De hele beeldgeschiedenis kwam voorbij. Natuurlijk hadden we al niet meer zoveel tijd dus moesten we een beetje doorlopen, maar uiteindelijk hebben we toch alles gezien. Daarna zijn we met de trein naar het centraal station gegaan en vanuit daar ben ik vetrokken naar de lage landen. Op de tussenstop in Duisburg (dit keer ben ik met de snelle ICE trein, eerste klas zelfs) kwam ik een vrouw uit Shanghai tegen. We hebben een tijdje staan praten. Wat haar opvalt is dat de infrastructuur in Europa zo goed is in vergelijking met die in China. Verder is ze constant bang dat er iets van haar gestolen wordt. Totaal onterecht wat mij betreft, maar goed. Ze gaat het weekend in Amsterdam doorbrengen, eigenlijk net als ik.

1 year ago · 0 notes