Wat ik vandaag toch mee heb gemaakt…
Afgelopen woensdag moest ik voor school naar Nijmegen. Het leek me een goed idee om eens naar een lokale sportvereniging te gaan om daar een stuk over te schrijven. De jeugdwedstrijd shorttrack van de Nijmeegse Schaatsvereniging leek me een mooie kans. Met de trein reed ik van Tilburg, waar ik was voor een toespraak van mijn Studie Loopbaan Begeleider, naar de oudste stad van het land.
Onderweg kwam ik langs plaatsen als ’s-Hertogenbosch en Oss. Regelmatig viel de telefoonverbinding weg, wat me weer herinnerde aan de omgeving waar ik mij bevond. Eenmaal aangekomen op het station zag ik mijn medestudent staan. Hij zou samen met mij naar de ijsbaan van Nijmegen gaan. Zo gezegd zo gedaan. Alvorens wij een patatje aten namen we de bus richting Triavium. Daar aanbeland besloot ik, omdat we nog genoeg tijd over hadden, om winkelcentrum Dukenburg binnen te stappen waar ik de nodige bevochtiging voor mijn keel heb aangeschaft. We verlieten Dukenburg en liepen naar de ijsbaan.
Van de kassajuffrouw van het Triavium kregen we te horen dat ze geen idee had waar we moesten zijn en of er een wedstrijd zou plaats vinden. Dat begon al goed! Ze adviseerde ons echter om te wachten in het naastgelegen café. Ze zou ons dan roepen als er iemand van de NSV langs de kassa kwam die ons mogelijkerwijs meer zou kunnen vertellen. Dit gebeurde, u voelt het al aankomen, niet. Gelukkig zag ik zelf iemand van de NSV het café, waar mijn studiegenoot inmiddels genoot van zijn kleine kopje cappuccino, die mij het een en ander kon vertellen. Ze stuurde ons naar boven. Om even te schetsen, de ijsbaan bestaat uit twee gedeeltes, een ijsring (boven) waar de lange afstandschaatsers los kunnen gaan op 333 meter ijs, wat overigens weer te weinig is voor officiële wedstrijden (dient 400 meter te zijn), en in het midden een ijshockey-/kunstijsbaan (beneden). Echter, boven kon niemand ons iets vertellen en van een wedstrijd had al helemaal niemand gehoord. ‘Ga maar naar het ijsmeestertorentje aan de overkant, daar zal iemand het wel weten.’ luidde het antwoord. Maar ook daar niemand die het wist, we werden zelfs terug gestuurd naar de vorige. Toch zijn we braaf naar de vorige gelopen waarnaast gelukkig iemand anders stond die meer wist over shorttrack. Ze liet ons even wachten op een jonge dame die misschien zelfs mee zou doen aan de wedstrijd. ‘Dus toch, een wedstrijd’. dacht ik bij mijzelf. En gelukkig bleek al heel snel dat het zo zou zijn. Deze jonge dame liet ons weer praten met misschien wel de meest enthousiaste schaatstrainer die ik ooit heb gezien. Misschien zult u zich afvragen of ik hiervoor ooit wel eens schaatstrainers heb gezien? Ik kan u met eer en geweten zeggen dat dit het geval is. Ik heb zelf namelijk een tweetal jaren aan schaatsles gedaan bij de Maaslandse IJsvereniging. Maar dat geheel ter zijde.
Na een kort gesprek hielpen we de trainer mee met de stootkussens die uit een hok moesten worden overgebracht naar de ijsbaan. Aan zijn gezicht viel te zien dat hij deze onverwachte hulp wel kon waarderen. De kinderen kwamen inmiddels al richting het ijs waar tot dan toe nog kinderen aan het kunstschaatsen waren. Trots vertellen de trainer en moeder dat Luuk het wel heel goed heeft gedaan bij de vorige wedstrijd. Luuk is acht jaar en doet pas sinds oktober mee maar lijkt aanleg te hebben voor de sport. Bij de eerste twee rondes wint hij niet, maar bij de derde ronde wordt hij eerste. Niet alleen hij doet mee, er zijn er zeker nog 25 anderen die de ijzers onder hebben gebonden. Waaronder ook een klein, vermoedelijk Hindoestaans, meisje. Ze is vijf jaar, loopt twee rondes achter op de rest maar gaat onvermoeibaar door. Zo’n wilskracht heb ik zelden gezien. Maar tijdens het schaatsen werd ze bruut onderuit gehaald door iemand die er al duidelijk langer schaatste. Het arme meisje schaatste huilend naar paps en mams aan de kant waar ze onmiddellijk werd getroost. Na overleg met de trainer mocht ze gewoon nog een keer mee doen. En dat deed ze, met volledige overgave. Ik ben trots op haar!
Na uiteindelijk een gesprek te hebben gehad met de kampioene van deze wedstrijd en tevens vele andere wedstrijden, zijn mijn compagnon en ik naar het café in de ijsbaan gegaan om op te warmen. Een warme chocolademelk met slagroom als gevolg!
We liepen terug naar de bus die ons naar het station van Nijmegen zou brengen. Dukenburg ligt op ongeveer een kwartiertje van het station af, tenminste met de bus dan. Mijn medestudent moest rennen om op tijd te komen voor de trein, althans dat dacht hij, totdat hij hoorde dat zijn trein met vijf minuten vertraagd was. Ik kon rustig aan doen. Mijn trein zou pas over twintig minuten komen Ondertussen heb ik de minimarkt onveilig gemaakt. Een lekker eierslaatje en een pakje yoghurtdrink zijn aangekocht als ik marktkraampjes langs het spoor zie staan. Wat grappig denk ik bij mijzelf. Nooit eerder gezien zoiets, zou de NS soms iets goed willen maken met de reizigers?
Als donderslag bij heldere hemel kwam de boodschap dat mijn trein niet zou gaan rijden. Natuurlijk had ik dit wel weer kunnen verwachten, ik bedoel, het zou eens niet zo zijn. Maar goed, mijn frustraties jegens het grootste spoorwegbedrijf van dit land ga ik hier nu niet spuien. Dan maar een andere trein. Dat was niet zo moeilijk kiezen want er waren er nog maat twee die wel reden. Op naar Arnhem dan maar, want de conductrice vertelde mij dat die weg toch echt de snelste is. Dat betwijfel ik nog steeds! Uiteindelijk ben ik binnengetreden in de overvolle trein. Gelukkig was er nog een plaatsje voor me naast een studente theatergeschiedenis en tegenover een 30 jarige moslim en een 55 jarige man uit Wijk bij Duurstede. Hoe ik dat weer? Noem het intuïtie! Of noem het gewoon vragen stellen, en dat is me goed gelukt. Boeiende gesprekken volgden. Ik keek nog even op mijn mobiele vriend om te weten hoe laat de trein vanuit Arnhem naar Utrecht zou vertrekken. Nog geen vijf minuten later kwamen we aan. De man van 55 en die van 30 stapten met mij uit. Beiden moesten ze richting Utrecht. Die van 55 zou er uit gaan bij Driebergen-Zeist, de man van 30 bij Utrecht centraal net als ik. Maar voordat de trein zou komen moesten we eerst nog 20 minuten wachten in de kou. Ik besloot een bak koffie te gaan halen en zei dat tegen de 55-jarige man. Hij besloot mee te gaan. En dat niet alleen, hij bood me een bakkie aan. Natuurlijk weigerde ik dat eerst vriendelijk zoals dat hoort, maar na aandringen heb ik het toch geaccepteerd. Het bakkie smaakte goed en we konden de trein weer in. Met zijn drieën zijn we de trein weer ingestapt om onze reis te vervolgen. Ik kwam er achter dat een nichtje van de Islamitische man een keer in de twee weken in Maassluis paard rijdt. De 55-jarige man heeft een zoon die op dezelfde datum geboren is als ik ben. Zijn zoon is vormgever en heeft het logo van een winkelcentrum in Arnhem ontworpen. Hij is trots op hem, ontzettend trots, dat was wel te zien. De man stapte uit bij station Driebergen-Zeist. De Islamitische man en ik reden verder. We hadden het nog even over het openbaar vervoer en de gebreken daarvan. Eenmaal aangekomen op Utrecht centraal zijn we uit elkaar gegaan en liep ik wat doelloos rond, tot ik de Starbucks zag. Och wat was dat toch lekker! Omdat het inmiddels al wat laat was besloot mijn vader me niet op te halen bij Rotterdam maar bij Gouda. Zo gezegd zo gedaan. Mijn tante belde nog om me tijdens mijn reis tussen Utrecht en Gouda te vergezellen. Dat deed ze goed, het is altijd leuk om het haar bij te praten. We begrijpen elkaar goed. Mijn vader stond klaar bij het station, ik stapte uit en stapte weer in bij mijn pa. Daar eindigde mijn dag.
Misschien niet de meest boeiende dag, maar leuk was het wel. Weer eens iets anders. Een dag uit mijn leven.
1 year ago · 0 notes